Stel je vraag

Revision history [back]

click to hide/show revision 1
initial version

Je kent het aantal mol O, het aantal mom H en het aantal C.

n(O)= 2 . 10^-3 mol

N(H)= 4. 10^-3 mol

n(c)= 2. 10^-3 mol

Als je elk van deze hoeveelheden vermenigvuldigt met de specifieke molaire massa en deze hoeveelheden sommeert heb je de juiste oplossing.

Dan de oplossing kiezen die er het dichtst bij aansluit daar je schrijft 'ongeveer'

Je kent het aantal mol O, het aantal mom mol H en het aantal mol C.

n(O)= 2 . 10^-3 mol

N(H)= 4. 10^-3 mol

n(c)= 2. 10^-3 mol

Als je elk van deze hoeveelheden vermenigvuldigt met de specifieke molaire massa en deze hoeveelheden sommeert heb je de juiste oplossing.

Dan de oplossing kiezen die er het dichtst bij aansluit daar je schrijft 'ongeveer'

Je kent het aantal mol O, het aantal mol H en het aantal mol C.

n(O)= 2 . 10^-3 mol

N(H)= n(H)= 4. 10^-3 mol

n(c)= 2. 10^-3 mol

Als je elk van deze hoeveelheden vermenigvuldigt met de specifieke molaire massa en deze hoeveelheden sommeert heb je de juiste oplossing.

Dan de oplossing kiezen die er het dichtst bij aansluit daar je schrijft 'ongeveer'