Stel je vraag

Revision history [back]

click to hide/show revision 1
initial version

Je moet inderdaad de opgenomen warmte gelijkstellen aan de afgegeven warmte.

  • Het ijs zal opwarmen:

Het ijs start op een temperatuur -20°C. Het zal eerst opwarmen van -20°C naar 0°C. (cijs.m.ΔT)

Dan smelt het ijs: lijs gebruiken. (lijs.m)

Tenslotte warmt het verder op tot de eindtemperatuur (cwater.m.ΔT)

  • De calorimeter zal afkoelen van zijn begintemperatuur tot de Te (50°C naar de Te): C.ΔT = 400.(50-Te)
  • Het water zal afkoelen van zijn begintemperatuur tot de Te (50°C naar de Te): c.m.ΔT = 4190.0,5.(50-Te)

Zo kom je op:

    2090.0,1.|(-20-0)| + 334.000.0,1 + 4190.0,1.|(0-Te)| = 400. |(50-Te)| + 4190.0,5.|(50-Te)|

Dit geeft een eindtemperatuur (afgerond) 29,9°C.


Je mag, als het gaat om een temperatuurverschil, de temperatuur in °C laten staan. Dit om ΔT = Δθ. Zo heb je iets minder rekenwerk!

Als je de Qop gelijkstelt aan Qaf, moet je ook telkens van het temperatuurverschil de absolute waarde nemen.

Hopelijk is dit duidelijk!

Je moet inderdaad de opgenomen warmte gelijkstellen aan de afgegeven warmte.

  • Het ijs zal opwarmen:

Het ijs start op een temperatuur -20°C. Het zal eerst opwarmen van -20°C naar 0°C. (cijs.m.ΔT)

Dan smelt het ijs: lijs gebruiken. (lijs.m)

Tenslotte warmt het verder op tot de eindtemperatuur (cwater.m.ΔT)

  • De calorimeter zal afkoelen van zijn begintemperatuur tot de Te (50°C naar de Te): C.ΔT = 400.(50-Te)
  • Het water zal afkoelen van zijn begintemperatuur tot de Te (50°C naar de Te): c.m.ΔT = 4190.0,5.(50-Te)

Zo kom je op:

 2090.0,1.|(-20-0)| + 334.000.0,1 + 4190.0,1.|(0-Te)| = 400. |(50-Te)| + 4190.0,5.|(50-Te)|

Dit geeft een eindtemperatuur (afgerond) 29,9°C.


Je mag, als het gaat om een temperatuurverschil, de temperatuur in °C laten staan. Dit om ΔT = Δθ. Zo heb je iets minder rekenwerk!

Als je de Qop gelijkstelt aan Qaf, moet je ook telkens van het temperatuurverschil de absolute waarde nemen.

Hopelijk is dit duidelijk!

Je moet inderdaad de opgenomen warmte gelijkstellen aan de afgegeven warmte.

  • Het ijs zal opwarmen:

Het ijs start op een temperatuur -20°C. Het zal eerst opwarmen van -20°C naar 0°C. (cijs.m.ΔT)

Dan smelt het ijs: lijs gebruiken. (lijs.m)

Tenslotte warmt het verder op tot de eindtemperatuur (cwater.m.ΔT)

  • De calorimeter zal afkoelen van zijn begintemperatuur tot de Te (50°C naar de Te): C.ΔT = 400.(50-Te)500.(50-Te)
  • Het water zal afkoelen van zijn begintemperatuur tot de Te (50°C naar de Te): c.m.ΔT = 4190.0,5.(50-Te)4190.1.(50-Te)

Zo kom je op:

2090.0,1.|(-20-0)| + 334.000.0,1 + 4190.0,1.|(0-Te)| = 400. 500. |(50-Te)| + 4190.0,5.|(50-Te)|
4190.1.|(50-Te)|

Dit geeft een eindtemperatuur (afgerond) 29,9°C.


Je mag, als het gaat om een temperatuurverschil, de temperatuur in °C laten staan. Dit om ΔT = Δθ. Zo heb je iets minder rekenwerk!

Als je de Qop gelijkstelt aan Qaf, moet je ook telkens van het temperatuurverschil de absolute waarde nemen.

Hopelijk is dit duidelijk!

Je moet inderdaad de opgenomen warmte gelijkstellen aan de afgegeven warmte.

  • Het ijs zal opwarmen:

Het ijs start op een temperatuur -20°C. Het zal eerst opwarmen van -20°C naar 0°C. (cijs.m.ΔT)

Dan smelt het ijs: lijs gebruiken. (lijs.m)

Tenslotte warmt het verder op (als water) tot de eindtemperatuur (cwater.m.ΔT)

  • De calorimeter zal afkoelen van zijn begintemperatuur tot de Te (50°C naar de Te): C.ΔT = 500.(50-Te)
  • Het water zal afkoelen van zijn begintemperatuur tot de Te (50°C naar de Te): c.m.ΔT = 4190.1.(50-Te)

Zo kom je op:

2090.0,1.|(-20-0)| + 334.000.0,1 + 4190.0,1.|(0-Te)| = 500. |(50-Te)| + 4190.1.|(50-Te)|

Je mag, als het gaat om een temperatuurverschil, de temperatuur in °C laten staan. Dit om ΔT = Δθ. Zo heb je iets minder rekenwerk!

Als je de Qop gelijkstelt aan Qaf, moet je ook telkens van het temperatuurverschil de absolute waarde nemen.

Hopelijk is dit duidelijk!

Je moet inderdaad de opgenomen warmte gelijkstellen aan de afgegeven warmte.

  • Het ijs zal opwarmen:

Het ijs start op een temperatuur -20°C. Het zal eerst opwarmen van -20°C naar 0°C. (cijs.m.ΔT)

Dan smelt het ijs: lijs gebruiken. (lijs.m)

Tenslotte warmt het verder op (als water) tot de eindtemperatuur (cwater.m.ΔT)

  • De calorimeter zal afkoelen van zijn begintemperatuur tot de Te (50°C naar de Te): C.ΔT = 500.(50-Te)
  • Het water zal afkoelen van zijn begintemperatuur tot de Te (50°C naar de Te): c.m.ΔT = 4190.1.(50-Te)

Zo kom je op:

2090.0,1.|(-20-0)| + 334.000.0,1 + 4190.0,1.|(0-Te)| = 500. |(50-Te)| + 4190.1.|(50-Te)|

Dit geeft een eindtemperatuur van 38,5°C.

Je mag, als het gaat om een temperatuurverschil, de temperatuur in °C laten staan. Dit om ΔT = Δθ. Zo heb je iets minder rekenwerk!

Als je de Qop gelijkstelt aan Qaf, moet je ook telkens van het temperatuurverschil de absolute waarde nemen.

Hopelijk is dit duidelijk!

Je moet inderdaad de opgenomen warmte gelijkstellen aan de afgegeven warmte.

  • Het ijs zal opwarmen:

Het ijs start op een temperatuur -20°C. Het zal eerst opwarmen van -20°C naar 0°C. (cijs.m.ΔT)

Dan smelt het ijs: lijs gebruiken. (lijs.m)

Tenslotte warmt het verder op (als water) tot de eindtemperatuur (cwater.m.ΔT)

  • De calorimeter zal afkoelen van zijn begintemperatuur tot de Te (50°C naar de Te): C.ΔT = 500.(50-Te)
  • Het water zal afkoelen van zijn begintemperatuur tot de Te (50°C naar de Te): c.m.ΔT = 4190.1.(50-Te)

Zo kom je op:

2090.0,1.|(-20-0)| + 334.000.0,1 + 4190.0,1.|(0-Te)| = 500. |(50-Te)| + 4190.1.|(50-Te)|

Dit geeft een eindtemperatuur van 38,5°C.


Je mag, als het gaat om een temperatuurverschil, de temperatuur in °C laten staan. Dit om ΔT = Δθ. Zo heb je iets minder rekenwerk!

Als je de Qop gelijkstelt aan Qaf, moet je ook telkens van het temperatuurverschil de absolute waarde nemen.

Hopelijk is dit duidelijk!