Stel je vraag
0

Chemie 2016-juli vraag 8

asked 2017-06-12 03:15:05 -0500

Ibrahim.Khlosi gravatar image

updated 2017-07-02 09:38:50 -0500

Johan@REBUS gravatar image

Kan iemand me hiermee helpen: juli 2016 vraag 8?

Ik dacht dat je zoeits moet oplossen met een evenwichtstabel. Die heb ik dan ook proberen maken:

tabel 1

Vanuit de pH kon ik de concentratie bij evenwicht van H+ bepalen. Die heb ik in de tabel gevoegd. De concentratie van het zuur was gegeven. Ik dacht dat dit de beginconcentratie was en die heb ik dan bij de initiële concentratie in de tabel gevoegd. Daarna heb ik de tabel verder aangevuld en berekende ik de Kz. Er kwam echter geen enkele van de gegeven Kz waarden overeen met de mijne.

Toen dacht ik dat de gegeven concentratie misschien de concentratie bij evenwicht is. Mijn nieuwe tabel zag er dan zo uit:

tabel 2

De concentraties bij evenwicht zijn hier dus 0,1 of 10-1 voor het zuur en 10-2,07 voor zowel H+ als de geconjugeerde base. Ik heb hiermee de Kz waarde berekend en eerst leek die ook niet te kloppen, omdat geen van de gegeven Kz waarden daarmee overeenstemt, maar als ik de pKz waarde berekende, dan kwam ik uit op antwoord <c>, wat ook het correcte antwoord is.

Nu zijn mijn vragen de volgende:

1) Als er dit staat: "een oplossing met c = ... mol/L heeft een pH van ...", is die c dan de beginconcentratie of de concentratie bij evenwicht? Ik dacht eerst beginconcentratie, maar ben daar onzeker over.

2) Is dit de correcte methode om zo'n vraag op te lossen? Want ik heb het ook proberen oplossen met de formule van een zwak zuur en kwam dan ook op antwoord <c> uit. Maar ik weet niet of dit toevallig juist is, want hoe weet je dat je de formule van een zwak zuur moet gebruiken en niet die van een sterk zuur? Een pH van 2,07 lijkt mij toch wel heel zuur. De enige rede dat ik de formule van een zwak zuur gebruikt heb, is omdat die van een sterk zuur niet uitkwam.

Alvast bedankt voor de hulp.

edit retag flag offensive close merge delete

3 answers

Sort by » oldest newest most voted
1

answered 2017-06-12 07:31:19 -0500

Johan@REBUS gravatar image

De concentratie van 0,10 mol/l is de concentratie is de concentratie die de oplossing heeft. Er is 0,10 mol van stof X opgelost in 1 liter. Het betreft hier allemaal zuren waarvan waterstofsulfaat een sterk is en de andere drie zwak. Sterke zuren ioniseren volledig; zwakke zuren deels. Hiervoor kan je de evenwichtsreactie schrijven en de zuurconstante Kz bepalen. Nu naar de opgave. Is X = waterstofsulfaat dan kan je uitgaande van de concentratie en de volledige dissociatie de pH berekenen. Je zal zien dat het dit niet is. Voor de zwakke zuren kan je de pH-formule gebruiken. pH is gegeven, nl. 2,07, alsook de zuurconcentratie, 0,1 mol/L. Je kan dan de erbij horende pKz (en de Kz) bepalen en gebruikmakende van de tabel vindt je welke stof in de oplossing zit. Doe een poging en laat weten welk van de zuren weerhouden is!!!

edit flag offensive delete link more

Bespreking:

Als ik het dus goed begrijp, is die gegeven concentratie weldegelijk de beginconcentratie? Dus de concentratie van uw stof voordat er een deel gedissocieerd is?

Ibrahim.Khlosi ( 2017-06-12 13:16:21 -0500 )edit
1

answered 2017-06-12 13:25:42 -0500

Johan@REBUS gravatar image

Neem bv. waterstofsulfaat. Als dit de stof X is dan heb je 0,1 mol H2SO4 per liter als concentratie. Is er gevraagd de mol-concentratie SO4^-2 te geven dan dien je de dissociatiereactie uit te werken. Wil je de pH berekenen van 0,1 mol H2SO4-oplossing dan dien je dit ook te doen om de H3O+-concentratie te vinden. Dus als er een concentratie gegeven wordt voor de stof dan is dit de concentratie van van de gehele stof.

edit flag offensive delete link more
0

answered 2017-06-12 14:33:53 -0500

Ibrahim.Khlosi gravatar image

updated 2017-06-12 14:38:08 -0500

Bedankt voor uw hulp! Ik begrijp dat de vraag op te lossen is via de pH-formule voor een zwak zuur: pH = 1/2 (pKz - log(cz)). Omvormen en oplossen naar Kz, geeft mij: pKz = 2pH + log(cz) = 2(2,07) - log(0,1) = 4,14 - 1 = 3,14. Dit komt overeen met de pKz van HF. Het is antwoord C dus.

Ik vraag me echter nog af wat er mis is gegaan bij mijn eerste methode (eerste foto). De volledige stof (het zuur) noteer ik als HX ipv X. Dit is hoe ik heb geredeneerd en gewerkt: dit is de dissociatie reactie: HX + H2O $\rightarrow$ H3O+ + X-. Ik wou de Kz waarde berekenen via $K_{z} = \frac{[H_{3}O^{+}] \cdot [X^{-}]}{[HX]}$. Van de gegeven pH-waarde, kon ik de concentratie H3O+ ionen (of H+ ionen) berekenen. Die is gelijk aan 10-2,07 mol/l. Dit is ook meteen de X--concentratie (geconjugeerde base). En dit is het deel van het zuur dat gedissocieerd is. De concentratie van het zuur dat dus overblijft (nadat die 10-2,07 gedissocieerd is) is gelijk aan 0,1 - 10-2,07. Dan is $K_{z} = \frac{(10^{-2,07})^{2}}{0,1 - 10^{-2,07}} = 0.0007918$ (afgerond). Deze Kz waarde komt met geen enkele van de gegeven waarden overeen. Waarom is deze methode fout? Ik heb die 0,1 mol/l toch op de goede positie in de tabel gezet?

Ik hoop dat ik mijn verwarring op een duidelijke manier heb kunnen toelichten.

Alvast bedankt voor de hulp.

edit flag offensive delete link more

Bespreking:

1

Je gebruikte methode is een uitgebreide rekenmethode waarbij het in elke stap fout kan gaan. En wellicht tijdrovend. De opgaven van het TAT-ex zijn heden vaak opgesteld dat met 'redeneren' je sneller een resultaat bekomt.

Johan@REBUS ( 2017-06-12 14:54:49 -0500 )edit

De examencommissie wil de de huidige vraagstelling ook nagaan of een kandidaat-arts in staat is snel en accuraat tot een diagnose komt. Dwz. beredeneerd te werk gaan en aldus uitsluiten wat niet van toepassing is.

Johan@REBUS ( 2017-06-12 14:56:47 -0500 )edit

Bedankt voor de tips!

Ibrahim.Khlosi ( 2017-06-12 16:09:32 -0500 )edit

Geef een antwoord

Geef een antwoord

[verberg preview]
Eureka

Question Tools

Follow
1 follower

Statistieken

Datum: 2017-06-12 03:15:05 -0500

Aantal keer gelezen: 201 keer

Laatst gewijzigd: Jul 02