Stel je vraag
0

Examenvraag kansrekenen

asked 2017-06-20 02:13:46 -0500

Myriam.Ibrahim gravatar image

updated 2017-06-29 14:50:40 -0500

Myriam@REBUS gravatar image

Hoi, de vraag luidt als volgt: Er zijn 51 lln, verdeeld over twee klassen. In klas A zitten tweemaal zoveel lln als in klas B. In elke klas zitten 7lln met blauwe ogen, de andere hebben bruine ogen.

Als er iemand met bruine ogen bij de directeur geroepen wordt, hoe groot is de kans dat deze leerlingen uit klas A komt?

Ik deed eerst 51 delen door 3, zodat ik dan verkrijg dat er 17 in B en 34 in A zitten. Daarna heb ik van beide klassen 7blauwe afgetrokken. Ik verkreeg dan 10 B en 27 A. In totaal is dit 37bruine ogen over beide klassen. Daarna heb ik 27/37 gedaan? Nu is mijn methode juist? Of is dit heel toevallig? Ik zou ook niet weten welke type kansleer ik hier kan gebruiken... Kan iemand mij verder helpen? Alvast bedankt!

edit retag flag offensive close merge delete

1 answer

Sort by ยป oldest newest most voted
0

answered 2017-06-20 02:20:46 -0500

Myriam@REBUS gravatar image

De methode is juist.

Je kan hiervoor de formule gebruiken: (bruine ogen doorsnede klas A)/ bruine ogen.

Ik zeg altijd aan mijn leerlingen dat de vraag (is het iemand uit klas A) in de teller staat en de zekerheid (het is iemand met bruine ogen) in de noemer.

edit flag offensive delete link more

Geef een antwoord

Geef een antwoord

[verberg preview]
Eureka

Question Tools

Follow
1 follower

Statistieken

Datum: 2017-06-20 02:13:46 -0500

Aantal keer gelezen: 49 keer

Laatst gewijzigd: Jun 20