Stel je vraag
0

Chemie: 2016-17 opgave 4.46

asked 2017-06-25 12:12:32 -0500

Naomi.Politi gravatar image

updated 2017-09-03 14:17:38 -0500

Johan@REBUS gravatar image

Ik heb deze oefening al een aantal keer opnieuw gemaakt maar ik zie echt niet in waarom het antwoord B zou moeten zijn. De concentratie H+ kan toch niet zomaar verdwijnen? Ik begrijp ook niet waarom de concentratie van OH- 0,1 zou moeten zijn.

Alvast Bedankt!!

edit retag flag offensive close merge delete

4 answers

Sort by ยป oldest newest most voted
0

answered 2017-06-25 17:36:16 -0500

Johan@REBUS gravatar image

Nadat je de reactievergelijking hebt geschreven en uitgewerkt heb je gevonden dat wanneer je 1 liter NaOH met c = 0.4M en 1 liter HCl met c = 0.2M samenvoegt er NaCl wordt gevormd en NaOH(wegens overmaat) in de oplossing blijft en er water wordt gevormd. Je vindt dus 0,2mol NaCl die worden gevormd en 0,2mol NaOH die , wegens overmaat, overblijven in de 2 liter mengsel. Concentraties worden uitgedrukt per liter. Dus per liter heb je 0.1 mol NaCl en 0,1 mol NaOH. Of, 0.1 mol Na+ (van de NaCl die werd gevormd) en ook 0.1 mol Cl-; samen met 0.1 mol Na+ en 0.1 mol OH- van de NaOH die in overmaat aanwezig is. Of: Na+ (0,1 + 0,1) = 0,2 mol; OH-: 0,1 mol enCl- 0,1 mol per liter. Herhaal ahv je uitwerking stap voor stap de redenering : reactievergelijking/ reactieproducten/ reagens in overmaat/ eindsituatie in de oplossing / concentraties per liter.

edit flag offensive delete link more

Bespreking:

Bedankt, het is duidelijk!

Naomi.Politi ( 2017-06-26 05:23:20 -0500 )edit
0

answered 2017-06-25 16:22:13 -0500

Naomi.Politi gravatar image

Ik denk dat ik weet hoe het nu effectief moet maar toch snap ik de redenering niet helemaal.

Dit is zoals het zou moeten denk ik: NaOH+HCl> NaCl+ H2O

HCl is het limiterend reagens dus reageert volledig weg. Na de reactie zijn er ook geen waterstofatomen meer dus met deze moeten we al geen rekening meer houden. We kunnen A en C al elimineren. Van Cl blijft er 0,1 mol/l over want 0,2mol/2l.

Bij NaOH zal er dus ook 0,2 mol wegreageren en 0,2 mol mol blijft er over in overmaat. Dus van de NaOH in overmaat is er 0,2/2= 0,1 mol/l. Van de Na in NaCl is er ook nog 0,1 mol/l. Dat maakt dat we in totaal 0,2mol/l Na+ ionen hebben. Dus sowiso antwoord B.

En ten slotte hebben we nog 0,2/2=0,1 mol/l OH- ionen. We vinden deze enkel in de overmaat terug en niet als reactieproduct aangezien deze versmelt is met H+ tot water.

Hetgeen ik eigenlijk nu nog niet begrijp is, ondanks ik denk dat bovenstaande redenering correct is, waarom Cl nog een binding kan aangaan met Na en waarom H nog met OH versmelt tot H20 aangezien Het limiternd reagens HCL is en deze ionen toch volledig zouden moeten wegreageren. Dit is misschien een domme vraag, sorry.

edit flag offensive delete link more
0

answered 2017-06-25 15:44:06 -0500

Johan@REBUS gravatar image

De gevraagde concentraties worden uitgedrukt in "mol per LITER"

edit flag offensive delete link more
0

answered 2017-06-25 14:49:45 -0500

Johan@REBUS gravatar image

Er wordt gevraagd naar welke stoffen er inde oplossing te vinden zijn na evenwicht. Ga na, ahv de reactie, welke reactieproducten je bekomt en welke stof(fen) er in overmaat aanwezig zijn en ook te vinden zijn na de reactie. De resp. oplossingen zijn waterige oplossingen.De reactieproducten en wat overmaat is zijn als ionen aanwezig. Het zijn de concentraties hiervan die worden bedoeld.

edit flag offensive delete link more

Geef een antwoord

Geef een antwoord

[verberg preview]
Eureka

Question Tools

Follow
1 follower

Statistieken

Datum: 2017-06-25 12:12:32 -0500

Aantal keer gelezen: 40 keer

Laatst gewijzigd: Sep 03