Stel je vraag
0

Simulatie chemie

asked 2015-08-23 01:21:09 -0500

Nikol gravatar image

Beste

Op het simulatie-examen van chemie was er een vraag waar je moest bepalen welk van de 4 mogelijkheden geen buffer kon zijn. Een buffer bestaat uit een zwak zuur en zijn geconjugeerde base, of een zwakke base en zijn geconjugeerd zuur, toch? Dan was er een van de mogelijkheden HCl met zijn geconjugeerde base. En Hcl is toch een sterk zuur? Waarom is dit dan wel een buffer ?

edit retag flag offensive close merge delete

1 answer

Sort by ยป oldest newest most voted
0

answered 2015-08-23 02:36:58 -0500

Johan@REBUS gravatar image

CH3COONa (0.20 mol/l) en HCL (0.10 mol/l). De dissociatie van het acetaat geeft Na+ en CH3COO- ionen in de oplossing. HCL dissocieert in H3O+ en Cl-. De oplossing bevat dus voldoende CH3COO- ionen alsook H3O+ en Na+ ionen. In de oplossing zijn dus het zwakke zuur (CH3COOH) als het zout (CH3COONa) aanwezig; en wel in voldoende mate, zodat je hier een acetaatbuffer hebt.

edit flag offensive delete link more

Geef een antwoord

Geef een antwoord

[verberg preview]
Eureka

Question Tools

Follow
1 follower

Statistieken

Datum: 2015-08-23 01:21:09 -0500

Aantal keer gelezen: 135 keer

Laatst gewijzigd: Aug 23 '15