Stel je vraag
1

Chemie 2010 vraag 8

asked 2015-08-23 08:09:13 -0500

Sofie.Lamens gravatar image

updated 2018-06-20 01:08:19 -0500

Koen@REBUS gravatar image

Twee vaten A en B met een gelijk volume zijn in het midden verbonden met een buis. In beide bevindt er oorspronkelijk 1 mol gas bij 20°c

Vat A wordt ondergedompeld in een waterbae met smeltend ijs.

Wat gebeurt er met de hoeveelheid gas in deze vaten?

Als ik deze vraag bereken met de gaswet P×V=n×R×T dan kom ik uit dat 8 à 7 procent van de 1 mol gas naar vat A gaat, dus ongeveer 0,08 mol gas. Echter, Atheneum Veurne berekent dit anders. Ik doe dit:

n¹×T¹ = n² × T² => 1 mol × 293 K = n² × 273 K

Atheneum Veurne beschrijft de vergelijking zo:

(1+x) × 273 K = (1-x) × 293

Ik snap waarom ze dit doen, alleen weet ik nooit wanneer ik mijn manier moet doen en wanneer te werken met de manier van Veurne

edit retag flag offensive close merge delete

3 answers

Sort by » oldest newest most voted
1

answered 2018-06-18 14:50:33 -0500

Dirk gravatar image

In het begin is de druk inderdaad hoger dan na afkoelen. Dat is correct.

Maar de druk in vat A is telkens gelijk aan de druk in vat B. Ze zijn immers met elkaar verbonden.

  • PA = PB: nA x TA = nB x TB
  • begin: 1 x 293 = 1 x 293
  • afkoelen (1 + X) x 273 = (1 - X) x 293
  • oplossen: X = 0,035 mol
edit flag offensive delete link more

Bespreking:

Ooh zo, ik snap het! Dankuwel!!

Mirjam.VanHove ( 2018-06-19 01:22:32 -0500 )edit
1

answered 2015-08-23 09:14:12 -0500

Johan@REBUS gravatar image

Bij gelijkblijvende druk (P1 = P2) en onveranderd volume (V1 = V2) gaat bij veranderende temperatuur een aantal mol van de zijde met hogere temperatuur ( = T2 = 293K) naar de zijde met lagere temperatuur ( = T1 = 273 K). Het aantal mol aan de warme zijde vermindetr met x; er blijft 1 - x (= n2) over. Aan de koude kant komt er x mol bij tot 1 + x (=n1). Het aantal mol kan je berekenen uit PV=nRT. R is de constante, of P1V1/n1T1 = R = P2V2/n2T2. Rekening houdend met wat werd gezegd voor de druk en het volume blijft er dat n1T1 = n2T2, of (1+x)T1 = (1-x)T2. Invullen en rekenen geeft: x = 0.35.

edit flag offensive delete link more
0

answered 2018-06-18 13:37:09 -0500

Mirjam.VanHove gravatar image

Ik begrijp niet goed waarom de druk hier constant is, als de temperatuur daalt, daalt de druk toch ook? Alvast bedankt!

edit flag offensive delete link more

Geef een antwoord

Geef een antwoord

[verberg preview]
Eureka

Question Tools

Follow
1 follower

Statistieken

Datum: 2015-08-23 08:09:13 -0500

Aantal keer gelezen: 213 keer

Laatst gewijzigd: Jun 18