Stel je vraag
0

Biologie oefeningen

asked 2019-04-28 13:03:57 -0500

Kathleen gravatar image

Beste, onderstaande oefeningen werden in de les gemaakt, maar ik begrijp na het opnieuw maken de redenering niet meer helemaal.

Hoe bekom je bij vraag 7 tot het antwoord B? Ik zou juist denken dat als het niet meer verandert, de osmotische waarde gelijk is?

Er werd in de les gezegd dat mitochondriën altijd werken, dus vroeg ik mij af waarom ze in een anaeroob milieu toch niet meer functioneel zijn (vraag 2D). Ondervinden zij dan toch een probleem indien er geen zuurstof aanwezig is wat celademhaling betreft?

Waarom is bij vraag 34 antwoord A niet correct (anafase 1)?

Via welke redenering bekom je bij vraag 59 antwoord A?

image description image description image description image description

edit retag flag offensive close merge delete

1 answer

Sort by » oldest newest most voted
2

answered 2019-04-29 11:24:10 -0500

Martine@REBUS gravatar image

updated 2019-05-08 13:17:49 -0500

Koen@REBUS gravatar image

Bij vraag 7, doordat er maximaal staat. Als er zou staan: de plantencel heeft turgor en verandert niet meer van grootte, dan zou je gelijk verwachten. MAAR doordat er maximaal staat, verwacht je dat de plantencel zichzelf wilt redden en zal afsluiten. Dus je verwacht een lagere concentratie buiten, en dat er nog water naar binnen zou willen gaan.

In de les is gezegd dat planten altijd ademen, dit is niet gekoppeld aan zuurstof, maar uiteraard is het een voorwaarde voor de mitochondria dat er zuurstof aanwezig is.

Vraag 34: Omdat je crossing-over wilt hebben en niet mixing

Vraag 59: volgens het principe van epigenetische overerving (zie boek 6.2 p 100-101) ----> overerving zonder de omgeving nodig te hebben.

edit flag offensive delete link more

Geef een antwoord

Geef een antwoord

[verberg preview]
Eureka

Question Tools

Follow
1 follower

Statistieken

Datum: 2019-04-28 13:03:57 -0500

Aantal keer gelezen: 92 keer

Laatst gewijzigd: May 08