Stel je vraag

Koen@REBUS's profile - activity

2018-07-01 16:08:40 -0500 answered a question Chemie elektronenconfiguratie

Je moet hier vertrekken van de electronenconfiguratie van Cu: [Ar]4s1 3d10.

Wanneer Cu een elektron afgeeft om Cu+ te vormen is dit het electron van de buitenste schil = de 4s schil.

Dit heeft dus niets te maken met het feit of ionen de stabiliteitsregels volgen.

Antwoord A is dus correct.

2018-07-01 03:56:32 -0500 answered a question Chemie oefening

Dag Sam

Deze vraag is reeds gesteld. Gebruik zoekterm: 'Chemie 2017A 12'. Als je deze gevonden hebt bevestig even dan verwijder ik jouw vraag. OK?

2018-07-01 02:27:44 -0500 answered a question Uitzonderingen lewisformules chemie

Er zijn een aantal uitzonderingen die je moet van buiten kennen waaronder deze die je vermeldt.

image description

Je kan vaststellen dat Aluminium niet de octetstructuur heeft vandaar dat deze als uitzondering vermeld is.

Wanneer je foutief Aluminium de octetstructuur zou geven door een vrij elektronenpaar bij te plaatsen dan zou je de foute conclusie kunnen maken dat de ruimtelijke structuur van deze molecule een tetraeder is.

Doch de juiste ruimtelijke structuur is trigonaal vlak.

Hetzelfde geldt voor BCl3 en de andere moleculen waarbij Al of B drie halogenen (Br, I , Cl, F, ...) als bindingspartners heeft.

2018-06-30 15:54:07 -0500 answered a question Chemie, chemische kinetiek, 5-OI-06

Schrijf de snelheidsvergelijking eens uit en vul hierin dan k in die gegeven is.

Helpt deze aanpak je vooruit om tot de oplossing D te komen?

2018-06-30 15:50:02 -0500 commented answer Chemie 8.2.9 (redoxreactie)

Dat is helemaal correct. Het juiste antwoord is B en dat zijn dus 4 OH- die worden toegevoegd.

2018-06-30 15:45:09 -0500 edited answer Chemie evenwicht
  • In de eerste grafiek zien we een steeds groter wordende negatieve waarde krijgen voor log[A]. Dat betekent dat [A] steeds kleiner wordt.

    Er geldt altijd: volume stijgt --> verschuiving naar meeste aantal deeltjes. Hier zien we: als het volume stijgt, daalt [A], dus moet A staan aan de kant met het minste aantal deeltjes.

    Dat is antwoord A of B.

  • In de tweede grafiek zien we: de temperatuur stijgt terwijl de [A] daalt.

    Er geldt altijd: temperatuur stijgt --> endotherme reactie (warmte-opname) wordt bevorderd. Hier zien we: als de temperatuur stijgt, daalt [A], dus staat A aan de kant waar de warmte vrijkomt.

    Dat is antwoord A.

2018-06-30 06:34:45 -0500 commented answer chemie grondtoestand

Eigenlijk zijn de stabiliteitsregels geen sluitende regels daar er ook weer uitzonderingen zijn op deze regels. Tip = lig er niet wakker van want dit zal niet gevraagd worden op het toelatingsexamen. Volg gewoon de diagonaalregels. Dan ga je voor het TAT zeker een correct antwoord geven. Succes !

2018-06-30 06:11:55 -0500 commented answer chemie grondtoestand

Het antwoord van Britt is correct. Je moet de diagonaal regel volgen en dan pas de stabiliteitsregels. Daar is ook aan voldaan. 1) Edelgasconfiguratie = is niet mogelijk. 2) volledig volzet subniveau en 4s2 is volledig volzet. Dus de configuratie is [Ar] 3d8 4s2.

2018-06-29 15:38:24 -0500 commented answer Chemie 3.2.4 (covalente bindingen)

Bij ammoniumchloride is er een ion binding tussen de zuurrest Cl- en het NH4+ ion. Dus blijft HNO3 over.

2018-06-29 09:52:20 -0500 commented answer Chemie neerslagreactie

Helemaal correct !

2018-06-29 09:06:23 -0500 answered a question Chemie neerslagreactie

Voor elk van de mogelijke oplossingen A tot en met D kan je het aantal mol berekenen van de verschillende reagentia. Deze hoeveelheden vul je in in je schema op tijdstip 0 en dan moet je nagaan welke stof het limiterend reagens is en hoeveel neerslag er gevormd wordt. Je kiest de oplossing waar de grootste hoeveelheid (mol) Fe(OH)3 ontstaat.

Wat kom je uit als oplossing?

2018-06-28 11:47:41 -0500 answered a question Examenvraag - juli 2017 - vraag 13

Hoe kom je aan antwoord B?

Post je werkwijze en oplossingsmethodiek dan gaan we op zoek naar de juiste oplossing.

2018-06-28 11:46:25 -0500 edited question Examenvraag - juli 2017 - vraag 13

image description

Waarom is het antwoord C en niet B?

2018-06-28 11:41:18 -0500 commented answer Isomeren, 9-OII-11

Helemaal correct ! Proficiat.

2018-06-27 15:06:34 -0500 answered a question Chemie 4.5.9

Bij stoechiometrisch rekenen werken we met molhoeveelheden stof. Dus is in deze opgave het volume niet relevant.

Lees goed de opgave. Schrijf de reactievergelijking en zorg dat alle moleculen correct zijn geschreven. Balanceer de reactie correct uit (= de juiste coëfficiënten schrijven). Maak je schema. Aantal mol op tijdstip 0, verschil in aantal mol en aantal mol op het einde. Bepaal het limiterend reagens. Reken om naar het gevraagde.

Post je uitgewerkt antwoord en geef aan wat de juiste oplossing is.

Succes !

2018-06-27 13:34:29 -0500 commented answer Chemie 2017-augustus vraag 7

De hoeveelheden moeten niet gelijk zijn, maar ze moeten beide aanwezig zijn. De rest is correct! Zeer goed.

2018-06-27 11:24:27 -0500 answered a question Chemie 3.2.4 (covalente bindingen)

Jouw eerste stap is gezet. Een tweede stap is dat een metaal en een zuurrest (zout) ook een niet covalente binding heeft. Controleer daarna goed of de molecule die je overhoudt wel degelijk alleen maar covalente bindingen heeft. Dit kan je onderzoeken door bv. de Lewis structuur te tekenen en af te leiden of de delta EN voor alle bindingen < 1,7.

Welke oplossing vind je dan?

2018-06-27 11:21:06 -0500 answered a question Chemie reacties

Wij van Rebus ook niet. Je moet daarom niet verder ingaan op deze vraag. Indien een dergelijke vraag zal gesteld wordnen op het toelatingsexamen zal het eenduidig zijn en zal er geen discussie mogelijk zijn.

2018-06-27 11:18:42 -0500 answered a question Chemie 4.3.1

Hier moet je de reactievergelijking uitschrijven. Het volume is niet gegeven. Er worden wel gelijke volumes toegevoegd. Je mag dus voor elk 1 liter nemen. Bereken het aantal mol. Reken stoechiometrisch en kijk wat er op het einde overblijft.

Om nadien de concentratie te berekenen van de verschillende stoffen moet je wel rekening houden met het volume.

Denk hier goed over na.

Geef maar door waar je geraakt en tot welke oplossing jou dit brengt.

2018-06-27 11:14:20 -0500 commented answer Chemie 8.2.9 (redoxreactie)

(S2O4)2- => 2 (SO3)2- + 2e- en O2 + 4e- => 2 H2O Dat zijn de halfreacties. Elk atoom wisselt elektronen uit en er zijn in de eerste half reactie 2 S atomen en in de tweede halfreactie 2 O atomen. Werk jij het verder uit?

2018-06-26 16:40:13 -0500 commented answer Chemie 2017-augustus vraag 7

Wanneer krijg je een basische buffer? Welke stoffen moeten er op het einde van de reactie aanwezig zijn? zwakke base en het zout van het geconjugeerde zuur van de zwakke base. Dit is NH3 en NH4Cl. Je moet dus NH40H schrijven als NH3 en H20.

2018-06-26 16:35:06 -0500 commented answer Redoxreactie, 8-OII-10

Werk je dan de redox nog eens volledig uit en post je antwoord maar dan kan je aangeven dat je heel het stappenplan onder de knie hebt (zie ook de vraag van Sam over Redox)

2018-06-26 16:33:35 -0500 commented answer Chemie 2015-juli vraag 6

Helemaal correct ! Goed geredeneerd.

2018-06-26 16:32:14 -0500 commented answer Chemie redoxreactie

Dag Sam, dat is helemaal correct je brengt de H en O in balans door H2O toe te voegen. Proficiat - helemaal correct !

2018-06-26 16:28:04 -0500 answered a question Isomeren, 9-OII-11

Je volgt het volgende stappenplan.

1) Je bepaalt het aantal onverzadigdheden. In dit geval is dat 1 onverzadigdheid.

2) Je zoekt de verschillende functieisomeren. Hier zijn dit enkel de aldehyden die alkanen zijn (zie opgave en het feit dat er maar 1 onverzadigdheid is).

3) Zoek van alle functieisomeren de plaatsisomeren. Hier is dit niet van toepassing daar aldehyden geen plaatsisomeren hebben

4) Zoek alle ketenisomeren. Dat heb je gedaan en dat ziet er goed uit.

5) Controleer of er geen stereo-isomeren zijn. Dit is CIS/TRANS isomerie en optische isomerie (controleer of er een chiraal C-atoom is = 4 verschillende bindingspartners).

Dus check punt 5 nog eens goed. Teken de verschillende moleculen uit en geef maar even aan waar zich een chiraal C-atoom bevindt zodoende dat je vijf isomeren bekomt.

Succes !!

2018-06-26 06:59:06 -0500 answered a question Redoxreactie, 8-OII-10

De vraag is moet je het oxidatiegetal van C en N bepalen in CN- ?

Kan je het oxidatiegetal van I bepalen als je de lading kent van CN- ? (want dit is de zuurrest van HCN).

Is dit een tip die je op weg zet?

2018-06-26 06:57:15 -0500 commented answer Chemie 2015-juli vraag 6

Deze ladingen zijn formele ladingen en zeggen niets over de edelgasconfiguratie. Als je de Lewis structuur correct hebt getekend dan heeft elk atoom acht electronen rond zich. Akkoord?

2018-06-25 15:43:24 -0500 answered a question Chemie 2017-augustus vraag 7

De berekening die je uitwerkt is correct maar is geen correcte methodiek om de gestelde vraag op te lossen. image description

Bij deze opgave moeten we nagaan welke van de 4 mogelijkheden een buffermengsel als resultaat heeft. Is dat wanneer we 200 ml, 100 ml, 50 ml of 25 ml van een 2 mol/liter NaOH oplossing toevoegen aan een oplossing van 100 ml NH4Cl met een concentratie van 1,0 mol/l.

Eerste vraag welke stoffen moeten er aanwezig zijn in mijn beker om een bufferoplossing te hebben.

Tweede vraag met welke van de vier oplossingen A, B, C of D kan ik dat bereiken.

Probeer je een aanzet te geven om tot een juiste werkwijze en oplossing te komen?

2018-06-25 15:36:45 -0500 edited question Chemie 2017-augustus vraag 7

Ik vraag me of hoe je weet dat NaOH het limiterend reagens is?

image description

2018-06-25 15:31:16 -0500 answered a question Chemie redoxreactie

Het uitbalanceren van een redoxvergelijking gebeurt volgens een stappenplan. Volgens mij is de meeste eenvoudige methode deze van de oxidatiegetallen of redoxbrug (zie ook in de Rebus cursus p.245-246).

In stap 4 (ladingsbalans) en stap 5 (massabalans) worden de H en O atomen in balans gebracht.

Probeer eens deze opgave uit te werken volgens deze methode en post je antwoord even dan kunnen we samen nagaan of dit gelukt is.

Succes !!

2018-06-25 15:19:45 -0500 answered a question chemie evenwichtsconstante

Belangrijke regel

Vaste zuivere stoffen en oplosmiddelen komen niet voor in de vergelijking van de evenwichtsconstante.

Specifiek voor deze opgave

In deze reactie is water deel van de reactie en één van de reactieproducten. De concentratie van water moet hier dus wel opgenomen worden in de vergelijking van de evenwichtsconstante.

2018-06-23 16:53:47 -0500 answered a question Chemie neerslag

Dit is geen opgave die ooit op het toelatingsexamen is gesteld. Met de informatie die je op het toelatingsexamen aangereikt krijgt (informatietabel) kan je deze opgave niet oplossen.

Probeer je te beperken tot de opgaven die in de Rebus cursus staan. Onvolledige opgaven of opgaven die niet geënt zijn op de vraagstelling van het toelatingsexamen kosten enkel extra tijd maar leveren geen extra inzicht op.

2018-06-20 12:50:40 -0500 answered a question Chemie formule buffer

De formule voor de zure buffer :

pH = pKz + log(cb/cz)

De formule voor de basische buffer : (deze is van de bovenstaande afgeleid)

pH =14 - pKb + log(cb/cz)

2018-06-20 01:06:24 -0500 commented answer Chemie 2017-juli vraag

Je moet de elektronen verdelen op de buitenste twee schillen = s en d orbitaal (zie plaatsen in de hokjes). Kan je hiermee verder? S-schil = maximaal 1 elektronenpaar en D-schil = maximaal 5 elektronenparen. Eerst de elektronen spin up tekenen en dan pas spin down toevoegen. OK?